BLUE BERYL IN SINGAPORE

Het is ‘s ochtends vroeg als ik tijdens mijn tweede trip naar Maleisie wakker word aan boord van het schip dat later Blue Beryl zou gaan heten. De kajuit, waaraan de Koopmans zo duidelijk te herkennen is, steekt prachtig af tegen de opkomende zon. Aangezien het de avond van tevoren donker was, brengen de eerste ochtend stralen me pas weer in de realiteit van een schip dat aan onderhoud tekort is gekomen.

De groene aanslag op het dek en de ramen, de resten van tropische insecten in het gangboord en de houten opbouw die schreeuwt om een laagje lak. Maar dat maakt niet uit, want ik ben voor het eerst wakker geworden op mijn eigen Koopmans 44. Vandaag start een avontuur dat de komende week loodzwaar zal blijken en waarin ik mezelf meerdere malen hardop de vraag stel waar ik eigenlijk aan ben begonnen.

Want hoewel de stappen om een schip uit een Maleisische jachthaven naar een Amsterdamse jachthaven te krijgen in theorie vrij overzichtelijk zijn, valt de praktijk vies tegen. Gevechten tegen de tropische hitte en Singaporese bureaucratie zijn moeilijk in theorie te vatten en om die reden moeilijk vooraf in te schatten, maar vormden toch een belangrijk opstakel naar mijn doel. Na lang onderhandelen met verschillende transporteurs heb ik een partij gevonden die mijn trots naar Amsterdam kan verschepen. Echter, deze transporteur stelt strenge eisen aan de afmetingen van de vracht: De mast kan niet recht opstaan, de losse verstaging moet eraf en de zonnepanelen en windgenerator zitten in de weg, om maar een paar dingen te noemen. Hoewel de kosten in Maleisie over het algemeen lager liggen dan in Nederland, wilde de jachthaven 2000 euro hebben voor het afhijsen van de mast. Dat zou een iets te grote deuk in het reisbudget slaan, dus na wat onderhandelen in mijn beste Maleis bleek een plaatselijke bouwvakker wel een vriend met een kraan te hebben die het voor minder wilde doen. De mast ging er af en de tocht naar Singapore kon beginnen; vanaf daar zou immers het transportschip vertrekken.

Hoewel je om van Maleisie in Singapore te komen alleen de rivier hoeft over te steken, betekent dat niet dat ik na de lunch alweer aan het zwembad zat. Voordat het schip welkom is in een van de grootste havensteden ter wereld, dient het papierwerk namelijk eerst van een 20-tal stempels voorzien te worden. Dit was uiteraard niet mogelijk op de plaats van aankomst, maar diende -volgens het officiele protocol- te gebeuren in de douanehaven, 12 mijl verderop. Voor een plezierjacht met een flinke motor of een beroepsschip is dat een te overziene afstand, maar voor een schip met een gebrekkige motor dat al jaren stilligt en waarvan de romp zich heeft ontpopt als een ware dierentuin voor zee-leven is dat een dagtocht. En dan moet je nog terug.

Na een dag vol ploeteren kwam ik meer dood dan levend in een Singaporese jachthaven aan. De houding van de havenmeester was een beetje afwijzend toen hij dat vieze schip in zijn mooie haven zag, maar toen ik hem alle 20 stempels kon tonen en uitlegde hoeveel moeite ik hiervoor het moeten doen, gaf hij toch toe. Al stak het schip wel een beetje schraal af tegen het enorme (maar naar Singaporese maatstaven vrij gemiddelde) jacht op de achtergrond. De volgende dag begon de reis van 12 mijl opnieuw, maar dit keer met als bestemming de oostkant van de rivier, waar het schip uiteindelijk op transport zou gaan. Niels was toevallig in Singapore en had wel zin in een dagje cruisen door de enorme haven, dus die ging mee. Na dik 6 uur varen in de brandende zon bleek te motor van Blue Beryl toch een stuk robuuster dan initieel gevreesd: de hele dag heeft hij als een zonnetje gelopen. Uiteindelijk eindigde Blue Beryl op zijn dieplader en nog nooit heeft een duik in het zwembad van de jachthaven zo goed gevoeld